ADELANTE

driemaandelijkse nieuwsbrief – jaargang 1 - nummer 4

Uitgiftedatum oktober 2002 – afgiftekantoor Roeselare 1

Vu Hilde Fiems, Gitsestraat 354, 8800 Roeselare

– voor de andere afleveringen van de nieuwsbrief, consulteer het online archief 

 

 

 

 

 

Hilde schrijft...

zondag 13 oktober

 

¡Hola a todos!

Hier ben ik weer, letterlijk en figuurlijk want ik ben terug in België! Ik zou zeggen in mijn “oude vertrouwde omgeving”, maar dat is niet helemaal waar, want ik moest het eerst wat gewoon worden in onze nieuwe thuis!

 

De laatste 3 maanden in Llallagua zijn nog druk geweest. Laat ik maar beginnen waar ik was gebleven, ergens halfweg juni.

Op 30 juni waren er presidentsverkiezingen. De manier waarop de mensen op het platteland werden benaderd, was weer schandalig.

“Als je voor onze partij stemt, krijg je wol, en zeep, en een zak rijst, en geld, en....”

“Als je niet voor ons stemt, pas maar op, want jouw naam staat in onze computer en we kunnen ervoor zorgen dat je je werk kwijt raakt.”

Alsof stemmen zomaar te kopen zijn, en campesinos per definitie domme mensen zijn...

Samen met Radio Pio XII en een paar andere instellingen organiseerden we een sensibiliseringscampagne. Op zondag, als er veel mensen van het platteland naar de stad komen, stonden we klaar met een hele tentoonstelling over democratie, stemrecht, een “bewuste” stem, enzovoort. Er werden sketches opgevoerd die toonden op welke schaamteloze manier de politieke partijen de mensen, en vooral de jongeren, manipuleren en “gebruiken”, er werd uitleg gegeven over verschillende politieke thema’s in het Spaans en in het Quechua, eenvoudige folders maakten een aantal begrippen duidelijk,... De interesse was groot!

Het duurde meer dan een week vooraleer de verkiezingsuitslag bekend was. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat een deel van de stembussen op het platteland nog te voet of te paard moeten worden opgehaald! In de voorlopige uitslagen kwamen 3 politieke partijen dicht bij elkaar: MNR (Movimiento Nacionalista Revolucionario), NFR (Nueva Fuerza Republicana) en MAS (Movimiento al Socialismo). In de definitieve resultaten haalde Gonzalo Sánchez de Lozada, “Goni”, (MNR) de eerste plaats, op de voet gevolgd door Evo Morales (MAS).

Een verrassende uitslag?!

Niemand had verwacht dat Evo Morales, Quechua-indiaan, leider van de cocaboeren en tegenstander van het neo-liberalisme dat sinds 1985 in Bolivia wordt toegepast, zoveel stemmen zou halen. Duidelijk teken aan de wand dat de bevolking geen vertrouwen meer heeft in de politieke partijen die de laatste jaren aan de macht waren. De Amerikaanse ambassadeur probeerde de bevolking nog te beïnvloeden, één dag voor de verkiezingen. Als Bolivia voor Morales zou stemmen, zou de hulp van de Verenigde Staten in het gedrang komen, meer nog, hij dreigde met een embargo zoals tegen Cuba. Bolivia wordt voortdurend door de Amerikanen met de vinger gewezen omwille van de coca productie. Coca wordt geëxporteerd voor  verwerking tot cocaïne, naar de Verenigde Staten en naar Europa. Vandaar dat Bush en kompanen een cocaleider als president helemaal niet zien zitten, aangezien zij de Boliviaanse cocaproductie drastig willen terugschroeven. Helaas, de dreigementen van de ambassadeur zouden volgens velen het omgekeerde effect gehad hebben, de mensen zijn de bemoeienissen van de Verenigde Staten ook goed beu, en Evo Morales zou er meer stemmen door gekregen hebben.

Geen enkele van de kandidaten behaalde meer dan 50%. De definitieve uitslag hing af van het parlement. Goni, industrieel en multi miljonair, die tussen ’92 en ’97 aan de macht was en die verantwoordelijk wordt geacht voor de moord op de mijnwerkers van Amayapampa en Capasirca vlakbij Llallagua, was al snel op zoek naar coalitiepartners bij de andere presidentskandidaten hoewel ze elkaar tijdens de verkiezingscampagnes het leven zuur maakten. Goni won uiteindelijk de verkiezingen... Eerlijk verkozen, of stemmen van parlementariërs gekocht?! We zullen het allicht nooit weten!

 

Na de verkiezingen vertrok ik een weekje naar Jorochito, op anderhalf uur van Santa Cruz. De winter deed ondertussen in Llallagua goed zijn best, het vroor dat het kraakte (tot – 15°), het sneeuwde, en de warmte van Jorochito deed me deugd! Dan had ik toch niet voor niets een short in m’n rugzak gestoken! Ik ging er op bezoek bij de mensen van het Hospital Dermatológico waar ik in 1995 vrijwilligerswerk deed. Het was leuk om er de zusters Teresa en Myriam, en het personeel terug te zien. Er was nog niet veel veranderd. Alleen worden melaatsen en tuberculose patiënten nu zo veel mogelijk thuis verzorgd en opgevolgd, en was het ziekenhuis vooral bezet met mensen met Leishmaniase, een tropische ziekte die vooral het weefsel van neus en verhemelte aantast. Zuster Teresa is onlangs 70 jaar geworden, ze werkt al 25 jaar in het ziekenhuis, maar ze werd begin juli door haar congregatie aangesteld als provinciaal overste. Dat betekent dat ze naar Cochabamba moest verhuizen. Het nieuws sloeg in als een bom toen Teresa het op een middag in de eetzaal kwam vertellen. Ze wordt door het personeel en de patiënten op handen gedragen; ze is streng maar rechtvaardig, en ze heeft een groot gevoel voor humor, ze is er eentje uit de duizend!

 

Juli en augustus waren de “bibliotheekmaanden”. Don Costo gooide een muur in van het lokaal waar de bibliotheek moest onder worden gebracht, om er een groot venster in te steken want er kwam nergens licht binnen. De timmerman bracht de meubels een paar dagen te laat en was verbouwereerd omdat hij daardoor een kleine boete moest betalen, zoals nochtans stond in het contract dat hij zelf had opgesteld! De muur werd behangen, de gasten schilderden de poppenkast, de affiche van Broederlijk Delen werd opgehangen, de meubels werden op hun plaats gezet,... het lokaal mag gezien zijn! De prijslijsten van de boeken werden bekeken, aan elke boekwinkel werd prijsvermindering gevraagd én bekomen. Dan kon ik aan m’n “blits-boeken-reis” beginnen. Van Llallagua naar Cochabamba (8 uur bussen), de volgende morgen van Cochabamba naar La Paz (8 uur bussen), en de volgende morgen van La Paz naar Llallagua (7 uur bussen), maar daar werd een stokje voor gestoken: er was wegblokkade in Oruro. Ik weet al lang niet meer wie er toen aan het protesteren was. Wat ik wel weet is, dat ik gepakt en gezakt met kilo’s boeken van de bus moest, nog voor we de ring van Oruro binnenreden, en ik te voet verder kon. Gelukkig kon ik bij Carla en Mark overnachten, waar ook Liesbet en Dunja van Broederlijk Delen “gestrand” waren!

                                                                                                                                                                                                                     

 

Tijdens de wintervakantie, die 4 weken duurde in plaats van de geplande 2 weken, organiseerden de jongeren van het Dagelijks Bestuur een karaoke wedstrijd; er wordt dan een video getoond van een lied en de jongere moet zelf zingen. Ik mocht in de jury zitten samen met de muziekleraar Liborio Salvatierra en met David Véliz van Radio Pio XII. Op twee avonden werden de finalisten uitgeselecteerd, en dat was niet makkelijk, en de laatste avond was de finale! Soms kreeg ik kippenvel van het zang- en danstalent, vrienden moedigden elkaar luidkeels aan, en het was echt leuk!  

 

Op het einde van m’n werkjaar, kregen we nog een mooie verrassing, een beloning eigenlijk voor de inspanningen die we deden om altijd maar op de vergaderingen van de gemeente aanwezig te zijn, en altijd maar stem te geven aan wat onder de jongeren leeft: de jongerenwerking werd opgenomen in het gemeentelijk jaarplan 2002!!! Dat betekent dat de gemeente ons zal subsidiëren voor een bedrag van ongeveer 2000 euro! Dat verdiende echt wel een feestje!

Over feestjes gesproken: op 21 september heb ik een heel mooi afscheidsfeest gekregen! Niet alleen werd de bibliotheek dan officieel ingewijd, ik werd er ook benoemd tot ereburger van Llallagua! Dat de dienst Migratie nu nog eens lastig durft te doen!

 

 

Mama en “tante” Lieve kwamen me halen. We konden 2 weken samen reizen, maar daarover laat ik hen zelf aan het woord! Het was alleszins een bijzondere ervaring!

 

 

Ach ja, boze tongen beweren dan wel eens dat het allemaal maar een druppel op een hete plaat is... We kunnen de wereld inderdaad niet veranderen, maar als ik de leefwereld van een kleine groep mensen een klein beetje mooier kan maken, laat mij dan maar zo’n druppel zijn want het is zeker de moeite waard! We kunnen wél iets doen om handen en voeten te geven aan solidariteit: de een vertrekt een tijdje naar het buitenland, een ander zet zich in op de parochie of in vrijwilligerswerk, nog iemand anders koopt producten in de Wereldwinkel,... Het zijn allemaal steentjes die bijdragen tot een mooier geheel!

 

Un abrazo fuerte,

hilde

 

 

 

Mama Denise Hoedt schrijft...

 

Van 10 tot 27 september mocht ik, in het gezelschap van Lieve, een reis maken  naar Bolivia, een reis die véél méér was dan een ‘reis’… Het was allereerst een blij en warm weerzien met Hilde, die toch al  méér dan een jaar geleden vertrokken was, op de luchthaven van Lima in Peru. De eerste dagen brachten wij samen door, een beetje toch als toeristen, en met Hilde als gids, op enkele zeer mooie plekjes in Peru en Bolivia: we hadden ogen en oren, smaakpupillen en reuk, handen en voeten te kort om te genieten van zoveel moois: de prachtige kathedralen en kerken, de musea en de inca sites in Cuzco, Copacabana en La Paz, de boottocht op het Titicacameer (hoogste meer ter wereld) en het zalig genieten van een stralende zon op het paradijselijke Isla del Sol, de adembenemend - mooie archeologische site van de Tiwanakucultuur – ooit aangelegd op het snijpunt van de Cordillera Real, de Soyamavulkaan en het Titicacameer – het maanlandschap van de Valle de la Luna even buiten La Paz, de heerlijke trucha (= forel) in het kleine restaurantje met ‘Boliviaanse muzikale begeleiding bovenop ‘, de ontelbare indiaans-artisanale winkeltjes in de straten van elke stad…. en vooral een onuitsprekelijk mooie natuur…

Maar er was op deze reis vooral – het meest indrukwekkend en beklijvend - de confrontatie  met de ontstellende armoede van een groot deel van de indiaanse bevolking van Bolivia... Het begon al in de steden, waar bedelende kinderen je overal aanklampten en waar de indígena-vrouwen in de vele straatwinkeltjes hun handgemaakte producten probeerden aan de toeristen te verkopen, temidden van het ongelooflijke lawaai van toeterende auto’s (oude gammele karren uit ons ‘westen’) en krakkemikkige bussen… en temidden haastige ‘dames en heren’ die naar hun kantoren of banken trokken. Toen we door El Alto, op de hoogvlakte of  de ‘buitenwijk’ van La Paz reden, konden we onze ogen niet geloven bij de aanblik van de kleine adobehuisjes temidden zoveel afval en vuilnis, in straten die meer op open riolen leken: hier leven 400.000 mensen opeengepakt in de grauwste armoede. In de steden zag je overal  heel scherp de tegenstelling tussen de oprukkende Westerse welvaart en de  groepen ‘achterblijvers’, vooral de campesinos of boeren van op het platteland.

Maar de echte confrontatie kwam er pas toen we vanaf 19 september naar Llallagua trokken. Het begon al toen we ’s ochtends om 9 uur vanuit La Paz de bus wilden nemen naar Oruro: er waren wegblokkades wegens stakingen, en dus moesten we omwegen maken of liever: “gaan waar geen wegen gaan” ofte, nog anders gezegd,  zomaar crossen over de hoogvlakte, hotsend en botsend, tot we weer een “weg” bereikten. In Oruro trof  me de troosteloosheid van deze stad  met lange straten loodrecht kruisend op elkaar, vol kleine adobe (= soort klei) huizen bedekt met golfplaten en daarbovenop enkele grote stenen die het dak moeten ‘vasthouden’… In Oruro stapten we over op een andere bus, die ons naar Llallagua moest brengen: we hielden stilletjes ons hart vast, want hier reden we urenlang  over een zand-en-stenen-weg vol putten en kuilen (af en toe vloog je wel eens tot aan het plafond. hm.)  met een diepe ravijn aan de éne, en het Andeshooggebergte aan de andere kant… Geregeld passeerde je kleine dorpjes, verlaten gezaaid in het grootse landschap, met hier en daar mensen in traditionele klederdracht die – meestal dorre! - veldjes bewerkten of een troep llama’s of schapen hoedden. Rond 16u30 kwamen we eindelijk aan in Llallagua: een opluchting, maar een flinke schok tegelijk: heeft Hilde hièr een jaar geleefd, in zo’n godverlaten stadje met enkel aarde - of zandwegen en kleine huisjes in adobe, volledig geïsoleerd in de bergen, temidden afvalbergen van de tinmijnen? De eerste minuten ben ik gewoon sprakeloos… Gelukkig ziet het centrum van het stadje er wat beter uit, en het jeugdcentrum waar Hilde woont is een sober maar net gebouwtje met het nodige comfort. We worden er warm verwelkomd door Igor, één van de jongeren, door don Costo en Ely, en door de voorzitter van het dagelijks bestuur van de jongerenwerking. Ook hermana Sonia komt toe - een stralende en zachte Chileense missiezuster - en we maken een wandeling in het stadje. Overal zijn vrouwen, meestal met de baby in de aguayo op de rug, met pik en houweel aan het werk: ze hakken een geul om de  waterleiding te kunnen aanleggen en dan hun huisjes daarop aan te sluiten. We komen aan in het huis van de zusters, waar we uitgenodigd worden voor het avondmaal. Hier wonen zuster Sonia, een Chileense, samen met zuster Anita, een Franse, en zuster Esther, een Spaanse: drie vrouwen die hier het evangelie ‘handen en voeten’ geven met hun levensinzet. Zuster Anita vertelt hoe 84 % van de bevolking van Bolivia uit indígena’s (indianen) bestaat, en uitgesloten is van alle comfort, ontwikkeling, welvaart, gezondheidszorg. De campesinos overleven van aardappelen, granen, wat groenten en af en toe een (mager) schaapje of een llama. Zr. Anita heeft geen goed oog in de globalisering, want vooral de supersnelle ontwikkeling van de informatica maakt de kloof tussen welvarenden en uitgeslotenen steeds groter. De strijdbaarheid van de kerk in dit continent is sterk verzwakt: de bevrijdingstheologie was in de tijden van de dictaturen veel sterker aanwezig in het leven van de gemeenschappen; volgens Anita zijn de armsten te arm om nog solidair te kunnen zijn -ieder vecht voor eigen overleven- en de kracht om zich samen tegen de tegenstander te verzetten (de dictatuur) is gebroken. Een wat sombere, maar misschien erg nuchtere kijk van een vrouw die intussen gewoon voort doet… ’s Avonds vertrekt Zr. Esther naar de basisgemeenschap. Ik denk aan onze Welzijnsschakels, onze basisgroepen, onze ATD-vierdewereldbeweging: het blijft  ‘volhouden’ geblazen om die lange adem steeds weer te vinden om toch maar voort te doen!!! Maar er zijn mensen die het doèn, omdat ‘niets doen’  voor hen nooit een optie is!!!!

De volgende dag bezoeken we Catavi, waar Peter en Griet Decat bijna vier jaar leefden: hier voel ik me echt ellendig, ik kan de confrontatie niet zo goed aan en… kruip verder de hele namiddag in bed!! ’s Avonds komt Ilse Vanhouttegem toe, een ‘medestander’ uit Jonge Kerk-Roeselare. Ilse werkt momenteel als vrijwilliger voor Broederlijk Delen in La Paz, en Hilde en Ilse hebben elkaar hier wat ‘terug gevonden’. De volgende dag, 21 september, zal ik niet vlug vergeten: het afscheid van Hilde bij de jongerenwerking: één groot feest!!! Eerst is er de inwijding van de jeugdbibliotheek – in aanwezigheid van de voltallige gemeenteraad! – en daarna volgt een warm feest  met reuzegrote taart, en de éne toespraak na de andere, waarin Hilde telkens in de bloemetjes wordt gezet en zinvolle, want autenthieke-zelfgemaakte, geschenken mag ontvangen. Er is zoveel eerlijke dankbaarheid en genegenheid voor Hilde voelbaar. Wat moet zij hier in dit éne jaartje keihard gewerkt hebben … De ontroering is voelbaar, want het vertrek van Hilde valt de jongeren niet gemakkelijk. Ik moet glimlachen bij de zweterige danspasjes van Hilde met de burgemeester (zuster Sonia kan er beter mee weg hoor !) en bij de stille aanbidding door de 16-jarige Igor die maar niet begrijpt waarom Hilde terugkeert naar Vlaanderen! Dit project zal de steun missen die er nog zo hard nodig is: Broederlijk Delen, stuur toch asjeblief vlug een volgende coöperant !!!!! Ik voel me dankbaar om zo’n sterke dochter, en... ik slaap die nacht heel slecht …

De volgende dag gaan we naar de mis in de parochiekerk: een belevenis, want wij zien hier een bomvol kerkje met heel veel kinderen, jongeren, gezinnen, baby’s en honden en alles wat maar beweegt, praat, danst, luidop lacht, kaarsjes aansteekt, en vooral heel veel zingt en musiceert; de hele mis door wordt er  gezongen onder begeleiding van gitaren, fluit, keyboard, enz.. Opmerkelijk is hoe vaak de priester-voorganger het heeft over de God van gerechtigheid, vrede en liefde… en de spontane betrokkenheid van de jongeren in de viering is zeer groot: ondenkbaar bij ons!!! Hier is een lévende kerk aanwezig, een kerk ook waar gezinnen sàmen vieren en heel duidelijk weten waar ‘het Rijk Gods ‘ voor staat!! Ook hier wordt Hilde in de bloemen gezet -want zij heeft enkele maanden meegewerkt in de kindercatechese- en wanneer mij onverwacht gevraagd wordt het woord te richten tot de aanwezigen in de kerk, schieten woorden mij letterlijk te kort als ik ineens oog in oog sta met al die hartelijke, warme maar zo arme indiaanse mensen die eeuwenlang onder westerse verdrukking hebben geleefd /leven… Wat heb ik dan te zeggen… tenzij dat ik hen dankbaar ben dat Hilde hier bij hen een jaar lang thuis mocht zijn en zo warm omringd was…? Het Onze Vader en de vredeswens in deze viering zal ik nooit meer vergeten. Na de mis volgt nog een spetterende, swingende en o zo plezante kindercatechese - wat een vreugde en enthousiasme hier van uit gaat is niet te beschrijven en weer denk ik: waarom is catechese bij ons voor kinderen en jongeren vooral ‘saai’??? Die middag worden we getrakteerd op een heerlijke maaltijd bij de zusters, en ’s namiddags trekken we urenlang met don Costo in de tinmijnen… indrukwekkend… soms letterlijk adembenemend… en zelfs een tikkeltje beangstigend is het stappen in deze duistere tunnels. en ik ben dan ook opgelucht als we hier buiten komen. Maar dan te bedenken hoeveel mannen hier tien, twaalf, tot soms 24 uur na elkaar onmenselijk en gevaarlijk werk doen voor een mensonwaardig loon… ook op vandaag!!! Die avond zijn we doodop, Ilse moet nog naar een vergadering in het dorp voor haar werk, en Hilde gaat nog wat alleen wandelen op deze voor haar laatste avond in Llallagua; want morgen vertrekken we stilaan weer richting La Paz, en… richting: home, sweet home... waar we – niet zonder veel hindernissen - pas de vrijdag aankomen! Blij de jongens, de familie, de vrienden terug te zien, te horen… en zo gelukkig met ons eigen huis, mijn ‘normale’ WC en mijn zachte bed…. Rijker ben ik geworden, dank zij de ontmoeting met zoveel lieve mensen die er niet om gevraagd hebben op dit armste deel van deze wereldbol te leven… Een onvergetelijke reis die mij veel vragen blijft stellen…, dankbaarheid om het reisgezelschap van Lieve, en fierheid om de inzet van Hilde  voor een ‘wereld, omgekeerd, waar lachen zullen zij die nu wenen…’

 

 

 

Lieve Nemegheer schrijft...

 

19 september

... in Oruro overstappen op de bus naar Llallagua... Het wordt een héél andere weg. Het begint al goed: er zijn wegblokkades, dan maar door de vlakte langs ongebaande wegen. De bus kantelt soms vervaarlijk... gespannenheid en schietgebedjes... maar we raken weer op de begane grond (asfaltweg). Dat duurt echter niet zo lang. Llallagua ligt bijna 4000 meter hoog en de weg er naartoe is enkel gehard. Soms wordt het voor mij wel erg spannend en benauwend, vooral als je dan de diepte naast je ziet... of als er gekruist moet worden met een tegenliggend voertuig. Het landschap wordt steeds schraler. Ik weet niet waar de llama’s nog hun voedsel halen. Alles is hier zo dor en zonder kleur... maar qua landschap is het gewoon prachtig! Onbeschrijfelijk eigenlijk.

 

We komen aan in Llallagua... de eerste confrontatie is shockerend: mensen staren ons aan in hun vuile kleren, de armoede in al haar triestheid voel je en proef je en ruik je onmiddellijk, hobbelige aardewegen – bestrating is er enkel in de hoofdstraten, kleine huisjes in zongedroogde stenen met een platen dak, weemoedig kijkende kinderen – niets blije kinderlach, vrouwen die ‘lasten’ dragen (kindje, koopwaar, zorgen, pijn en verdriet) op hun schouders, jongeren die doelloos slenteren in de straten, niets groen – alles droge zandkleur... en... Hilde heeft hiér een jaar gewerkt! Tranen komen in mijn ogen. Wie ben ik? Wat kom ik hier doen?

 

20 september

Met de taxi naar Catavi, een mijnwerkersbuurt... en weer eens vaststellen hoe primitief en armtierig de mensen hier wonen, hoe vuil en stofferig het hier is, hoe schraal, hoe hard het leven hier voor mensen is. Het blijft aan je knagen hoe goed we het wel hebben... en de stille wens blijft in je wakker dat het ‘anders’ mag worden voor deze mensen.

In de straat zijn ze greppels aan het uitgraven voor riolering. Ieder huisje krijgt zijn eigen toilet en douche (nu is dit gemeenschappelijk)... als ze zover geraken, veel blijft onafgewerkt...??? Maar de krachten worden gebundeld van ‘s morgens tot ’s avonds: mannen en meestal vrouwen zijn aan het kappen met houweel en schop... geen gemeentewerkers maar bewoners van de straat. Hier kan je solidariteit proeven!

 

... Ik heb me even op mijn gat gezet in de zon, mijn dagboek aanvullen terwijl Hilde aan het inpakken geslagen is. Het wordt moeilijk voor haar... ze is stilletjes... afscheid nemen, loslaten doet je stil worden... er is zoveel geweest... Boven de keukendeur zijn ze een groot hart aan het schilderen met de tekst: ‘Hilde, wij dragen je in ons hart’. Mooi!!!

 

21 september

Deze namiddag is het dankfeest voor Hilde. De vooraanstaanden van de gemeente zijn er, de jongeren en nog anderen die Hilde een warm hart toedragen. Eerst mag Hilde het lint ontknopen om het nieuwe bibliotheekje – waar ze zelf zoveel energie heeft ingestoken – te openen... dan de sleutel in het sleutelgat maar die is eventjes zoek... dan maar die van in de broekzak gebruiken... Het bibliotheekje is prachtig, gezellig, netjes, met meubeltjes van ontwerpster Hilde, en een boekenkast met 200 boeken...om fier op te zijn! Luid applaus en wel verdiend!! Applaus voor al wie hier een steentje bijdraagde!!

De plaatselijke pers is van de partij en legt alles vast op video. Straks kom je op TV zulle!

Nu naar de feestzaal voor een resem van speeches en dankwoordjes uit alle hoeken, en leuke cadeautjes (een hele kleerkast vol... Hilde zal in België als een boliviaantje rondlopen), cola en snoepjes, en ciderwijn,... een vleugje zalige muziek en fijn gezang... en dan is het tijd voor de taart!

Op de tafel staat een reuzegrote taart ingepakt in een ferme laag witte zoete plakkerige crème... Bij verjaardagen of feest moet diegene die gevierd wordt een hap uit de taart nemen. Het gevaar zit er in dat je met je neus in de taart geduwd wordt, maar Hilde (reeds een verwittigde vrouw van toen ze jarig was) was katterap en bracht het er goed van af. Het blijft bij een witte plakkerige snoet, en daarmee omhelst ze van harte de gemeenteraadsleden die dringend weg moeten voor een vergadering. Hilde geniet en heeft er kennelijk plezier in!

Haar hart klopt dankbaarheid, denk ik, en een hele brok pijn ook...!!

 

22 september

Don Costo heeft de helmen mee: pastijd,... zaklantaarn mee... we trekken de mijngang in. We stappen en stappen maar, twee uur aan een stuk. We zien het gat van de mijningang steeds maar kleiner en kleiner worden, ons enig richtpunt op de buitenwereld. Het is soms ploeteren door de plassen, spoorwissels, gebukt lopen opdat we de elektriciteitskabel niet zouden raken,... steeds maar in het spoor proberen gaan van je voorganger, vermoeiend en benauwend in die duisternis, af en toe mijnwerkers op de terugweg die ons een ruwe hand toereiken, alles is nog zo primitief en zo onveilig, plotse temperatuursverschillen, houten balken om de mijngangen te stutten waar ze dreigen in te vallen, donker en nog eens donker, we blijven maar stappen,...

Eindelijk besluiten we om terug te keren, ik dacht dat dit moment niet meer zou komen... weemoed overvalt me. Het was een enorme opluchting voor elk van ons eigenlijk, toen we de mijningang weer uitstapten, maar ik voelde me ook dankbaar dat ik het mocht meemaken en vol bewondering voor de mannen, jonge mannen, die op die manier dag in dag uit hun schamele brood moeten verdienen...

Dank je Don Costo voor de zorgzaamheid waarmee je ons meenam.

 

23 september

Onze laatste voormiddag in Llallagua. Denise en ik gaan nog eens een wandelingetje maken in het dorp, onder andere maïsmeel gaan kopen om thuis zelf eens zo’n lekker brood te bakken.. Nog eens alles goed in ons opnemen: ‘de Veldstraat van Gent’ met winkeltjes vol westerse producten zoals jeans, schoenen, valiezen en rugzakken, enz... het artisanale straatje met al zijn kleurige aguayos, tasjes, truien, stoffen, vrouwen gekleed in hun gefronste wijde rokken en hun bolhoedje, weemoedige ogen die voor zich uit staren of ons vragend aankijken, de uitgestoken hand, vrouwen zittend op de grond, wakend bij hun winkelwaar, kraampjes met drankjes en gelatinepuddingskes, vrouwen die een steegje plaveien met stenen, mijnwerkers die terugkeren van een lange dagtaak, kinderen in schooluniformpjes, schoolgebouwen waarvan de ruiten toegemetst zijn, de geur van openbare toiletten, gewemel van mensen, mensen op weg, mensen zoekend, mensen met dromen... net als wij? Even prevel ik mijn kajotstergebed met de gedachte aan de mensen hier, de mijnwerkers van Llallagua: voor hen die in ‘gevaren’ verkeren. Bewaar hen lieve God!

 

Morgen keren we terug naar huis... naar die plaats waar we met ons gat in de boter gevallen zijn... wat een “gelukzakken” zijn we!!! Naar huis waar ik zo stilletjes aan wel naar verlang, daar waar ‘zoete’, wouter, nele, lien en jan zijn en mijn vrienden, mijn buren...

 

 

 

Elizabeth Rocha schrijft....

 Llallagua, 24 september

Beste vrienden van België,

Eerst en vooral hopen wij hier van het Jeugdcentrum dat met jullie alles goed gaat. Ik wil elk van jullie met deze brief bedanken voor jullie engagement en jullie financiële steun voor de jongeren van Llallagua. De economische situatie is moeilijk voor de meerderheid van de families, kinderen ondervinden vaak moeilijkheden als de ouders geen werk vinden: er zijn ruzies, spanningen in huis, vervreemding, echtscheidingen. Veel jongeren zoeken troost in alcohol, drugs, bendevorming en andere verboden activiteiten. Maar er zijn ook andere jongeren die oplossingen zoeken, veel kinderen en jongeren zoeken werk.

Het is belangrijk om verder te blijven werken met de jongeren in het Jeugdhuis om hen te oriënteren, te bekwamen en hen gezonde ontspanningsactiviteiten aan te bieden.

Uw financiële steun is voor ons dan ook heel belangrijk! Dankjewel vrienden!

Elizabeth Rocha S.   

 

Mensen die verder willen steunen, kunnen dit op rekeningnummer 000-0117118-39 van Broederlijk Delen, Huidevetterstraat 165, 1000 Brussel met vermelding BOLI 007 voor Hilde Vandelanotte. Giften vanaf 30 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Van harte bedankt!

 

 

 

Wist je dat...

 

 


DIA AVOND

zondag 24 november, om 18 uur

Zaal Pagode

Godelieveparochie, tussen de Honzebrouck- en de Gitsestraat, Roeselare