ADELANTE
driemaandelijkse
nieuwsbrief – jaargang 1 – nummer 1
uitgiftedatum december 2001 – afgiftekantoor Roeselare
vu
Hilde Fiems, Gitsestraat 354, 8800 Roeselare
– voor de andere afleveringen van de nieuwsbrief, consulteer het online archief –
Enkele foto’s uit Llallagua...
Op
het ‘fiesta de San Miguel’ (29 september 2001)...


De
lessen charango spelen werpen vruchten af...

Woordje
vooraf...
Dag beste lezer,
Het eindejaar voor ogen, doet het er ons nog meer
aan denken: de tijd vliegt -te- snel .... althans toch voor het redactieploegje
van dit blaadje, boekje, tijdschriftje, nieuwsbriefje of hoe je het ook wil noemen
en waarvan de eerste editie nu voor je ligt. ‘Adelante’, klinkt goed in het
Nederlands, maar heeft ook nog wat betekenis in het Spaans: ‘Vooruit’, in de
zin van ‘we pakken het aan, met volle moed’. Dat is wat Hilde deed toen ze,
jawel, nu toch al drie maanden geleden vertrok naar Llallagua in Bolivië om
daar een jaar lang ondergedompeld te worden in de plaatselijke jeugdwerking en
die met de mensen van ter plaatse wat meer te gaan uitbouwen.
Velen die in Vlaanderen achterbleven vliegen in
gedachten vaak over de oceaan... Hoe zou ze het stellen? Wat doet ze daar
allemaal? Hoe leven de mensen daar? En de streek? En de kost?....
Deze nieuwsbrief wil de regenboog tussen Vlaanderen
en Llallagua verder inkleuren. We hopen wat tegemoet te komen aan deze vragen
van jullie door vooral het verhaal van Hilde te vertellen. Daarnaast is er nog
wat plaats voor Llallagua zelf, wat praktische info en uiteraard... de
kinderen.
Reacties zijn steeds welkom, zowel op het redactieadres
als bij Hilde zelf.
We wensen jullie alvast veel leesgenot en, voor
straks, een deugddoende kerst.
Een bericht van Hilde
zondag 18 november
dag allemaal,
Jullie gaan het misschien niet geloven, maar ik zit hier
buiten in short en t-shirt onder een stralende blauwe zonnehemel! En neen, ik
ben niet op reis! Het is ongewoon warm in Llallagua, en ik ben daar best tevreden
mee!
Llallagua is een stadje in het Andes-gebergte, gelegen
op 3877 meter boven de zeespiegel. Tot halfweg de jaren ‘80 was de streek
gekend als centrum van de mijnbouw. De mijn Siglo XX was de grootste tinmijn in
Bolivia met een gangenstelsel van 800 km lengte. In 1952 werden de mijnen
genationaliseerd en werden ze beheerd door de COMIBOL (Cooperación Minera de Bolivia).
Niet alleen de mijnen waren in handen van COMIBOL, eigenlijk werd heel het
leven van de mensen bepaald door COMIBOL. Halfweg de jaren ‘80 daalde de prijs
van tin aanzienlijk op de wereldmarkt, en bovendien had COMIBOL veel schulden
gemaakt; de mijnen werden geprivatiseerd en kwamen in handen van coöperatieven
die door mijnwerkers geleid werden. Ook nu nog trekken mannen, jongens vanaf
14, 15 jaar dagelijks de mijn in, en het werk is hard: er is bijna geen tin
meer te vinden, het werk is onzeker, de infrastructuur is in de afgelopen 15
jaar nauwelijks verbeterd, regelmatig crisis in de coöperatieven.
De harde socio-economische situatie brengt verschillende
problemen met zich mee: alcoholisme, snuiven van lijm, druggebruik, het
uiteenvallen van de families, delinquentie onder kinderen en jongeren, schoolverzuim,
werkeloosheid, apathie tegenover de hele sociale problematiek...
Voor de jongeren en kinderen die in deze realiteit leven,
is het geen lachertje. Overal zie je kinderen op straat werken, om het
gezinsinkomen wat te verhogen: schoenpoetsertjes, fruit- en ijsjesverkopertjes,...
Van de jongeren heeft slechts een minderheid vast werk; de meesten hebben
tijdelijke contracten en worden slecht betaald. Veel alternatieven zijn er
niet: er zijn weinig sportvelden, er is geen cinema meer, er zijn geen jeugdbewegingen,
er is geen gemeentelijk jongerenbeleid (hoewel de jongeren de meerderheid van de
bevolking uitmaken!)... ‘Ontspanning’ beperkt zich tot het op en af slenteren
van de hoofdstraat, tijd verdrijven in lunaparken of op internet, verstrooiing zoeken
in karaokes en cafés.
Een uitdaging dus voor de Asociación Juvenil om aan deze
situatie iets te doen! En ik denk dat we met de nieuwe ploeg jongeren op de goeie weg
zijn! Eind oktober organiseerden we het Derde Jongerencongres van heel de gemeente
Llallagua (dat is Llallagua zelf, Siglo XX, Catavi, en de plattelandsgebieden
Ayllu Chullpa en Ayllu Sikoya, tot 3 uur rijden van hier). Een 60-tal jongeren
uit 19 verschillende organisaties: colleges, de universiteit, religieuze groepen,
sportverenigingen,... zijn heel het weekend komen mee-werken en mee-denken over
alternatieven. Er zijn heel wat voorstellen uit de bus gekomen! Er werd ook
een nieuw Dagelijks Bestuur verkozen van 11 jongeren. Eéntje haakte al af
wegens tijdsgebrek. En één is opgepakt door de politie wegens het stelen van de
muziekinstallatie van de Evangelische Kerk. Maar met de andere 9 doen we goed
voort. Elke woensdagavond vergaderen we, van 18u tot 20u. Rekening houdend met ‘la
hora boliviana’ ben ik al content als we om 19u kunnen beginnen! De gasten
organiseerden al een feestje om het nieuw Dagelijks Bestuur te vieren. We namen
deel aan het eerste Educatief Congres van Llallagua, en aan een spreekbeurt
over het drugsprobleem. We organiseerden een spreekbeurt met iemand van de
gemeente over het probleem van het water. Het water is hier ondrinkbaar en
binnenkort zal er een volksraadpleging zijn over wat er moet gebeuren. De
gemeente heeft 3 voorstellen: onderhandelen met GTZ (een Duitse NGO) die een
lange afbetalingstermijn aan een zeer lage interest garandeert, onderhandelen
met FNDR (Boliviaans) met een zeer hoge interest en een korte afbetalingstermijn,
of niets doen. Er zijn al verschillende acties geweest van voor- en tegenstanders
van de verschillende voorstellen. Ik denk dat ze vooral IETS moeten doen, want
de meerderheid van de kinderen in de ziekenhuizen sterft nog altijd ten gevolge
van diarree! De volksraadpleging is al een keer uitgesteld en zou nu moeten
doorgaan eind november. Niet alleen is het water ondrinkbaar, soms is er
gewoonweg geen water, zoals vandaag!
Elke dag loopt het centrum vol met leerlingen voor
de bijscholingslessen. Eind september zijn we er mee begonnen en wekelijks
komen zich nog nieuwe leerlingen zich inschrijven. Voor de lagere school zijn
er klassen wiskunde en lezen, en voor het middelbaar zijn er klassen wiskunde,
fysica en scheikunde. Het schooljaar loopt op z’n einde en de examens zijn bezig;
december en januari zijn de vakantiemaanden. Er zijn ook dagelijks lessen
gitaar en charango en aerobic (leven op zo’n grote hoogte is al een sport op zich!).
‘k Was vol enthousiasme begonnen met charango (een soort klein gitaartje met 10
snaren) maar ‘k heb moeten afhaken. Door de vele vergaderingen ‘s avonds had ik
al meer lessen gemist dan gevolgd! Maar, mensen van “Vamos pra Lutar”: ‘k kan
toch al een paar liedjes meespelen, hoor! Enne, we zingen hier al een paar Vamos-liedjes!
Niet te geloven dat ik al meer dan 2 maanden weg
ben! De tijd vliegt, zelfs hier!
Ik ben ondertussen al goed ingeburgerd. ‘k Heb mijn kamer
in het jeugdcentrum, er is een keukentje, en een toilet met douche.
Tijdens de week werk ik samen met doña Elizabeth, de
coordinadora van het jeugdcentrum. Nu zijn we vooral bezig met het uitwerken
van het activiteitenplan van 2002 met de ideeën van het jongerencongres, en van
het strategisch 3- of 5-jarenplan; veel denk- en puzzelwerk dus en weinig
informatie om op terug te vallen. We hebben ook een voorstel ingediend bij de gemeente
om het jongerenproject op te nemen in hun jaarplan 2002 en om ons financieel te
steunen! Laat ons hopen dat het lukt! Voor de jongeren zou dat veel betekenen:
weten dat er eindelijk door de gemeente rekening zou gehouden worden met hun
noden en voorstellen! We verwachten een antwoord voor het einde van het jaar.
Tijdens het weekend ben ik veel op de parochie waar
we met een “internationaal” gezelschap (hermana Sonia uit Chili, hermana Anita
uit Frankrijk, padre Adolfo uit Wallonië, padre Santiago uit Canada, padre
Antero uit de Filippijnen, hermano Rubén uit Bolivië en ik) de jongeren en
kinderen proberen te animeren. De regenboogkaartjes uit de Ark van Noach vanuit
het zendingsmoment op 1 september hebben ondertussen hun vaste plaats gekregen
in de grote zaal van het jeugdcentrum. Elke 10de van de maand lees ik 7 nieuwe kaartjes,
en ik kijk er telkens naar uit! De kindjes van de catechesegroep leerden me
ondertussen al een liedje over de Ark, waarin we een heleboel dieren uitbeelden
tijdens het zingen, echt het zien waard! Het weekend is ook het ideale moment om
boodschappen te doen. Dan komen de campesinos vanop het platteland hun fruit en
groenten verkopen: tomaten, wortelen, rode bieten, ajuinen, allerlei soorten
aardappelen, een soort komkommers, sinaasappels, avocado’s, bananen, ananas,
mango,... Een broodje met avocado is nog altijd mijn favoriete tussendoortje!
Ik hoop dat met jullie allemaal ook alles goed gaat
en ik stuur jullie vanuit Llallagua ‘un abrazo fuerte’!
hilde
Een bezoek aan Hilde in vogelvlucht
Reis je mee?
Op een kille wintermorgen zouden we in Zaventem
kunnen inchecken bij DAT of VG airlines
of Swissair of Daems-flights maar we kiezen voor zekerheid
en thalissen naar Charles de Gaulle in Parijs. Vandaar vliegen we
intercontinentaal met VARIG naar Rio waar we
in de grote hall getrakteerd worden op een nepvertoning van Braziliaanse
folklore: inclusief uitpuilende karnavalborsten en indianenveren waarmee geen
enkele rechtgeaarde oerwoudbewoner zich zou durven tonen.
We dralen niet en kiezen het LAB (lineas aereas
bolivianas) toestel, een type dat ik meen te herkennen uit een boek van mijn
zoon over de geschiedenis van de burgerluchtvaart. Na een kleffe tussenstop in
het Tropische Santa Cruz landen we eindelijk in La Paz, precies 24 uur na ons
vertrek uit Brussel. De luchthaven van La Paz ligt op 4100 en we zullen het
geweten hebben. Bij elke stap hijgen we om zuurstof, ons hart jaagt, het hoofd
is ijl. De luchthavenpolitie, snuffelende drugshonden, de douane: het overkomt
ons. Onze enige bekommernis is bagage bij elkaar houden en recht blijven. Een
kop coca-thee in de cafetaria kan ons een beetje opkrikken.
Buiten stormt een klein leger op ons af: ‘taxi, sir’,
‘only ten dollar, sir’. We weten beter en banen ons geroutineerd een weg naar
een busje dat ons voor diez bolivianos naar het centrum brengt. We cirkelen
langs de autopista naar beneden. La Paz ligt als een soepkom van Inca-goden aan
de voet van de besneeuwde Illimani (7000 meter hoog). De flanken van de kom
zijn bezaaid met golfplaten huisjes. Elk regenseizoen vegen modderstromen en
grondverschuivingen er enkele weg.
We worden gedropt bij de ‘terminal’ (busstation); La
Paz prikkelt onze zintuigen. Op de grond bedelen vrouwen met baby’s in donker
gekleurde lompen. Een beetje hoger zit of staat de “informele sector”: kraampjes
met van alles en nog wat, dagbladverkopers, autowassers en schoenpoetsers.
Daarboven flikkert de kerstverlichting van uitstalramen met trendy jurken en
hightech apparaten. Trappen leiden naar de marmeren hall van een bank. Nog
hoger torenen de wapenschilden van de Groten der Aarde: Coca-Cola, Toyota en
IBM.
Ons reukorgaan krijgt een geurenorgie te verwerken
van uitlaatgassen, urine en salteñas (warme broodjes met vleesmengsel). De
klankregie voor dit zintuiglijk schouwspel is een uit de hand gelopen kakofonie:
schrille en nutteloze politiefluitjes, deuntjes van venters, een
muziekallegaartje geproduceerd door casetteverkopers en jeugdige
straatmuzikanten en vooral eindeloos getoeter (de claxon heeft een veelzijdige
functie: lokmiddel van passagiers voor bus en taxi, voorrangsverlener,
uitlaatklep van filefrustraties). Daarbovenuit klinkt warempel het geroep van
een... pauw: Ooooorururururururooooo,
Oooooorururururururooo.
De pauwkreten blijken afkomstig van een jonge
sopraan die ons de bus naar Oruro inlokt.
Zo bruisend is de stad, zo monotoon is de
geasfalteerde weg La Paz - Oruro: een uitgestrekte hoogvlakte aan de einder
links en rechts afgezoomd door bergruggen. Deze belangrijkste Boliviaanse
hoofdweg is niet drukker dan de Brugsesteenweg op een vroege zondagmorgen. In
de bus levert onze nationale held, Jean-Claude Vandamme, een heroïsche en
bloedige strijd tegen allerhande slechteriken.
In Oruro stappen we over in een kramakkelig vehikel
voor LLallagua. Als de bus goed vol zit begint de motor te draaien, het sein
voor een aanval op de middengang. Lijvige bolhoeddames, kinderen met lange
snottebellen, een bak kippen en veel ‘bulto’ (pakken en zakken) persen zich
door de ingang. Het ‘basta, basta’ van de chauffeur kan het gedrang niet
stoppen dus begint hij maar te rijden. Wie nog buiten staat heeft pech.
Als haringen opeengepakt sjokken we over de aardeweg
naar LLallagua. Als je langs het raam zit kan je genieten van prachtige
panorama’s over de Andestoppen maar ook huiveren als de nauwe weg langs een diepe
ravijn loopt. De bus doorkruist moeizaam twee rivieren. Na twee uur hobbelen
doorkruisen we grauwe terrils van mijnafval. Op de flanken slaan vrouwen stenen
kapot op zoek naar een restje tin. In de verte doemt LLallagua waar Hilde ons
ongetwijfeld opwacht met... coca-thee.
Latijns-Amerika
Wat bedoelt men met
Latijns-Amerika ? Spreekt men daar
Latijn ? Neen, de naam is afkomstig van enkele talen die uit het Latijn
afkomstig zijn, namelijk Spaans en Portugees. Deze twee talen werden 500 jaar
geleden door de Spaanse en Portugese
veroveraars ingevoerd op het Amerkiaanse continent. Vandaag spreekt het grootste deel van de
bevolking van Latijns-Amerika Spaans. In
Brazilië spreekt men Portugees. Naast deze talen zijn er nog vele “inheemse”
talen, dat zijn indianen-talen van de oorspronkelijke bewoners. Het Quechuya
bijvoorbeeld wordt door miljoenen
inheemsen gesproken.
Eigenlijk bestaat Latijns-Amerika uit drie delen:
Midden-Amerika en Zuid-Amerika worden gescheiden
door het Panama-kanaal.
Het landschap in Latijns-Amerika is bijzonder gevarieerd.
Er zijn mooie stranden, zoals in Brazilië; hoge bergen, zoals de Andes; woestijnachtige
gebieden, zoals in Mexico; oerwoud, zoals het Amazonegebied; droge steppen,
zoals de “pamp” in Argentinië; vruchtbare valleien,…..

Gekiekt: Aan de
slag...
Met Elizabeth (3 oktober 2001)

Wanda schrijft...
Ik heet Wanda en ik ben 9
jaar. Ik heb een zus die Wendy heet. Ik woon in Siglo XX. Ik ga naar school in
het college ‘Bolivia’. W.O. is mijn lievelingsvak. Ik ga naar het Centro
Integral Juvenil om charango te leren spelen en ik ben er vriendin van Hilde
die lief voor me is.
In mijn vrije tijd speel ik
met mijn vriendinnen. Mijn papa en mama zijn lief voor me. Mijn papa is leraar
van W.O. en mijn mama van fysica.
Vandaag was het warm weer. In
mijn school zitten veel leerlingen. Enkele daarvan zijn stout.
Ik zou
graag vrienden hebben in België. Wie zou me eens een briefje kunnen schrijven?
Groetjes aan alle kinderen
daar in België.
Wanda Gabriëla Flor Rosales

Post voor Wanda kun je naar Hildes adres sturen (zie
onderaan deze nieuwsbrief), met vermelding ‘PARA WANDA FLOR’.
Een schouderklopje, een hart onder de riem,
een duwtje in de rug...
Het kan op verschillende manieren :
- De postduif wordt steeds met open armen ontvangen op volgend adres
:
Hilde Vandelanotte
Casilla 24
Llallagua
- Er is ook fax (en tel): 00-591-2-58-20670 en e-mail : hildevdl@yahoo.com.
- Tip: Hilde is jarig op 5 februari (30 jaar !!!!!!).
- Financieel steunen kan op rekeningnummer 000-0117118-39 van
Broederlijk Delen, Huidevetterstraat 165, 1000 Brussel met vermelding BOLI007
voor Hilde Vandelanotte. Je ontvangt een fiscaal attest voor giften vanaf 1000
Belgische frank en dit tot 31.12.2001. Vanaf 1 januari 2002 wordt dit 30 euro.
- Om de kosten voor het verspreiden van deze nieuwsbrief te drukken,
zouden we deze graag zoveel mogelijk per e-mail versturen. Daarom deze oproep: heb
je een emailadres maar ontving je deze nieuwsbrief toch per post, wil dan een
seintje geven op het redactieadres (Hilde.Fiems@verz.kbc.be)
Van harte bedankt!
