MEMO

Date: 12/12/99

From: Brulez

RE: RE: wooncultuur op het Justus Lipsiuscollege

Als hoofd van de studentenwerking van het Justus Lipsiuscollege zou ik ook graag reageren op de memo betreffende de wooncultuur op het Justus Lipsiuscollege. Als studentenverantwoordelijke voel ik me medeverantwoordelijke voor de wooncultuur en wil daarom ook mijn zegje doen in deze discussie. Ik zal voorgaande memo alinea per alinea bespreken.

Allereerst zou ik willen vragen van wie deze memo eigenlijk uit gaat want enkel het adres van de sociale raad is vermeld en voor de rest niets. Moet ik mij richten tot de sociale raad, het centrum voor wooncultuur, Sacharov misschien? Graag zou ik in de toekomst duidelijk getekende memo’s ontvangen.

Allereerst wordt er in de memo gesproken dat via diverse kanalen informatie werd verzameld. Ik vraag me af welke kanalen dit zijn. Allereerst werd er nooit iemand gesignaleerd van het centrum van wooncultuur of de sociale raad in onze residentie, noch door mij, noch door subregenten of president. Ik heb dan ook ernstige twijfels over de juistheid van de verstrekte informatie. Is het niet mogelijk dat de sociale raad hier afgaat op geruchten en dat is gevaarlijk, want wie oordeelt op basis van geruchten is met vuur aan het spelen. We vragen dan ook dat iemand ter plaatse komt om info in te winnen. Iets waar wij graag aan meewerken want we vinden de verstrekte info volledig verkeerd.

Het volgende punt dat ik wil aanhalen is het feit dat men de argumentatie maakt dat de peda niet gemengd is, niet gemengd volgens de definitie van de sociale raad. Ik heb deze definitie gelezen en herlezen maar volgens mij is deze volledig toepasbaar op onze situatie. ("binnen dezelfde leeftijd zowel mannelijke als vrouwelijke studenten wonen") Uit dit besluiten dat de leefeenheden gemengd moeten zijn is wel zeer ruim denken. Trouwens het voorstel om ‘gescheiden’ blokken in te richten, komt van de huisvestigingsdienst zelf. Als er iemand verondersteld mag zijn het charter voor wooncultuur te kennen, zijn zij het toch wel. Waarom dan zo’n voorstel? Later (na de bezoekdagen) werd inderdaad gevraagd om dit te wijzigen. Aangezien wij vonden dat we de bezoekers daarmee gingen bedriegen, zijn we daar niet op ingegaan. Mensen die dan voor onze residentie kozen, kozen voor niet-gemengde gangen. Verder wil ik u ook wijzen op de efficiëntie die deze kamerverdeling met zich meebrengt. Uit gesprekken met vrouwelijke medestudenten blijkt immers dat zij er grote waarde aan hechten om aparte wc’s en douches te hebben. Als we doorheen het ganse gebouw dit moeten voorzien zou dit een immense smak geld kosten. Nu, door alles meer te concentreren, valt dit veel beter te organiseren. Trouwens werd al in augustus afgesproken tussen de studentenwerking en de subregenten dat we dit academiejaar een stemming onder de studenten zouden houden om te kijken hoeveel er voor gemengde gangen waren. Indien een meerderheid voor was, waren we van plan dit uit te voeren, (rekening houdend met de structurele beperkingen) volgend academiejaar. Indien zij dit niet wensen, houden we alles zoals het is en voeren we de stemming het jaar daarop weer uit. Dit is de meest democratische methode volgens ons, veel democratischer dan een bepaalde definitie die de sociale raad er aan geeft. Wij zijn geen ‘ultramontaans bastion’ en de geschiedenis heeft al bewezen dat er wel degelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de studenten op de residentie. Een snelle rondvraag heeft me geleerd dat iedereen zeer tevreden is over de huidige wooncultuur. Dan vraag ik mij af of we ons wel moeten aanpassen aan de wensen van anderen, die niet weten hoe de wooncultuur hier is.

Vervolgens wordt er kritiek geuit op het niet verspreiden van de woonwijzer. Deze woonwijzer werd mij ter inzage gegeven door de subregenten en ik steun hun mening dat er teveel fouten in staan om ze te verspreiden. Trouwens, hoe kan men een uniforme woonwijzer verspreiden in alle residenties, elk met hun eigen gewoonten en cultuur. De argumentatie dat de woonwijzer simpel kan aangepast worden gaat niet op. De woonwijzers waren maar ter beschikking 24 september, voor het begin van het academiejaar. Als u echt denkt dat men tijd heeft om een onwijzer te herschrijven -want bij ons gelden er soms aparte regelingen (denk aan brandalarm en zo)- daar heeft de staf echt geen tijd voor, een paar dagen voor de opening van de residentie. Verder wil ik er ook op wijzen dat alle info die in de woonwijzer staat al zowiezo verspreid wordt onder de studenten tijdens onze richtingvergaderingen in het begin van het jaar. Als pluspunt heeft deze vorm van inlichting dat ze veel persoonlijker en directer gebeurt dan een blad papier waar er enkele regeltjes op staan. Ook de frappant foute gegevens van de staf (foute subregent ...) kunnen moeilijk getolereerd worden. We hebben inderdaad de gegevens niet doorgegeven omdat we een mail te laat ontvangen hebben, maar ik vind het van immense laksheid getuigen dat maar 1 subregent werd gevraagd naar de gegevens. Dit gebeurde per email terwijl het totaal niet zeker is dat de persoon zijn email wel regelmatig checkt. Een mailtje naar alle subregenten zou veel effectiever geweest zijn.

Verder wordt gezegd dat de huisregels niet in overeenstemming zijn met het charter van wooncultuur. Allereerst zou ik willen vragen welke regels er fout zijn. Ik heb het gehele charter doorlezen en maar weinig grove inbreuken kunnen vaststellen. De argumentatie dat de toegangsbeperking vanaf 23.30u de studenten niet aanmoedigt om zelf hun tijd in te delen gaat niet op. Iedereen kan altijd een nachtsleutel vragen, deze zal nooit geweigerd worden. Dat er geen bezoek meer mag zijn na 22.00u op de kamers, kadert binnen de rustige studiesfeer die we wensen te creëren. Op de bezoekdagen wordt dit uitdrukkelijk vermeld, dus de studenten weten het op voorhand. Aangezien ons college vol zit, zijn de meeste mensen tevreden met deze regel. Bij ons is het mogelijk om 22 uur te gaan slapen zonder wakker te worden van lawaaierige mensen en uit getuigenissen blijkt dat dit zeer gewaardeerd wordt. Wij zijn geen duiventil! Het feit dat de deuren sluiten om 23.30u is door iedereen aanvaard als noodzakelijk voor de veiligheid. De sleutelbedeling versterkt dit gevoel nog meer. Bij ons voelt iedereen zich veilig en dit willen we zo houden. Ik vraag dan ook met aandrang ons mede te delen met welke artikelen van het charter we niet in orde zijn, want wij willen ook alleen maar het beste voor de studenten en de residentie.

Vervolgens wordt er geklaagd dat er geen voldoende ruimte voor ontspanning is. Hiermee moet ik eens goed lachen. Wij hebben ter onze beschikking: 2 TV-zalen, ping-pongruimte, bar (die trouwens gerenoveerd wordt), 2 vergaderzalen, stripbib, krantenzaal, eetzaal, kapel, muziekruimte, en de kamers zijn ook ruim genoeg om mensen te ontvangen. Verder organiseert onze studentenwerking ook veel activiteiten (voor meer info zie onze mail betreffende de enquête van georganiseerde activiteiten op residenties). Zeggen dat er op onze residentie weinig ontspanningsmogelijkheden zijn, beschouw ik, als verantwoordelijke, dan ook als een belediging voor al het werk dat ik hiervoor presteer. Deze uitspraken getuigen van geen kennis van zaken van hoe het op onze peda er aan toe gaat.

Vervolgens wordt gezegd dat de participatiegedachte een hoeksteen is van het charter. Ik ben blij u te kunnen mededelen dat de participatie van de studenten zeer hoog is. Tijdens de richtingsvergaderingen worden eventuele problemen voorgelegd aan de studenten die hierover dan hun mening kunnen uiten. Voor elke beslissing worden de studenten geraadpleegd en er wordt wel degelijk rekening gehouden met de wensen van de studenten.

Verder wordt gesuggereerd dat er personalia veranderingen zouden tegenwerken. Ik durf hierbij zeggen dat ik nog nooit, bij geen enkele gelegenheid, het gevoel had tegengewerkt te worden als ik een voorstel doe. Ik ben dan ook heel benieuwd wie dit mag zijn.

Volgende punt is de herstellingen die duur zijn en dat een personeelslid halftime bezig is met enkel de verwerking van de herstellingen op onze residentie. Kan ons verweten worden dat we defecten doorgeven? Wij willen in een residentie wonen die in orde is en die niet verpest wordt door kleine defecten. Als wij iets meer klachten doorgeven dan de andere residenties dan is dat toch onze fout niet. We leven in een oud gebouw en daarin kan er veel verkeerd gaan. Moest de dienst trouwens beter werken dan zouden we bepaalde defecten niet meerdere keren moeten melden. We veronderstellen dat met het nieuwe systeem (dat wij naar mijn weten volgen) soms langer moeten wachten op herstellingen dan vroeger. Het argument dat herstellingen duur zijn, kunnen wij maar weinig aan doen. Het is een oud gebouw en mag ik u erop wijzen dat de huisvestigingsdienst onlangs geleden 2 gangen volledig verbouwd heeft om zich er te vestigen en een jaar daarna al weer terugkeerde naar haar oude gebouwen zodat alles bij ons weer in de oorspronkelijke staat hersteld moest worden (waterleiding, elektriciteit, muren...). Komen klagen dat kleine herstellingen te duur zijn, vind ik dan ook ongepast rekening houdend met het gegooi van geld van de huisvestigingsdienst de laatste jaren.

Tenslotte wordt er geklaagd dat er nooit verantwoording is gegeven voor de afwijkingen op onze residentie. Ten eerste zou ik opnieuw willen vragen welke overtredingen er zijn en zelfs al zouden er zijn, werd er ook nooit om gevraagd. Trouwens staat er in het charter van wooncultuur dat elke residentie zijn eigen karakter mag houden. Waarom zou dan voor de kleinste afwijking een verantwoording moeten gegeven worden.

De memo eindigt met dingen die nog dit academiejaar zouden moeten veranderen. Allereerst moeten de leefeenheden gemengd worden. Ik vind dus dat de eenheden gemengd zijn en indien dit niet zo zou zijn dan is het onmogelijk om nu mensen te verhuizen naar andere kamers. De studenten zouden dit niet pikken. Ten tweede moet een beleid volgens het charter van wooncultuur gevolgd worden. Uit bovengaande kan men besluiten dat dit wel degelijk het geval is. Ten derde moeten we de herstellingen opvolgen. (Ik vraag me eigenlijk af wat de sociale raad hier mee te maken heeft) Ik stel voor dat de technische dienst zijn werking zelf eens bekijkt zodat alles efficiënter verloopt. Ten vierde wordt een aanpassing van het huisreglement gevraagd. Opnieuw, wat moet er veranderd worden want volgens mij is er niets verkeerd. Ten vijfde vraagt men om een communicatie met het centrum van wooncultuur en om mee te werken aan de initiatieven ervan. Wij hebben daar geen probleem mee en vragen niks liever, maar de communicatie van het centrum zelf is ook niet veel zaaks.

Ik kan dan ook besluiten dat de aantijgingen die ons gemaakt werden grotendeels fout zijn en niet gegrond zijn. Ik vraag dan ook een rechtzetting van het voorgaande.

BB

Bram Brulez

Studentenverantwoordelijke Justus Lipsiuscollege